* Hoofdmenu


* Sponsor


* Zoeken


* Leden


* Sociale media

Vind je deze site/pagina leuk?


Het materieel

Om goed te kunnen functioneren heeft iedere zweefvliegclub bepaald materieel nodig. Deze kunnen worden opgedeeld in drie categoriëen: de vloot, dit zijn de vliegtuigen; de startmiddelen, dit zijn de lieren, starttoren en kabelwagens; en tot slot de gebouwen, zoals een werkplaats. Op de volgende pagina's wordt het materieel van de Gelderse besproken.

 

 

De Gelderse vloot

De Gelderse hanteert een proactief vlootbeleid, wat inhoud dat de vlootsamenstelling regelmatig wordt vergeleken met de behoefte van de Gelderse leden. Waar nodig worden wijzigingen gemaakt in de vlootsamenstelling.

Onze huidige vloot van zweefvliegtuigen kan worden ingedeeld in drie categorieën, namelijk de lestweezitters, de overgangstrainers en de prestatie zweefvliegtuigen. Alle drie deze categorieën worden besproken, en daarna wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de vliegtuigen met hun fabrikant, registratienummer, callsign en bouwjaar.

 

 











Lestweezitters


Op deze zweefvliegtuigen leert men vliegen. In elk van deze vliegtuigen is de besturing dubbel uitgevoerd, zodat er van zowel voor- als achteruit gevlogen kan worden. De Gelderse maakt gebruikt van de ASK-21. Dit toestel is zeer geschikt als lestoestel vanwege zijn 'vergevingsgezinde' karakter (qua vliegeigenschappen) en solide bouw, en wordt daarom wereldwijd ingezet als voor de zweefvliegopleiding.

De leerling zit voorin en de instructeur zit achterin. Deze kisten hebben geen intrekbare onderstellen en zijn zeer stevig, zodat harde landingen en dergelijk geen probleem zijn. Naarmate het lesprogramma vordert, doet de leerling steeds meer zelf, tot er een tijd komt dat hij de hele vlucht veilig en zonder ingrepen kan uitvoeren. Dan is het tijd dat de leerling solo gaat, hij of zij vliegt dan zonder instructeur, en maakt zijn eerste start op een overgangstrainer.

 

 















Overgangstrainers

De overgangstrainers waar solisten verder op leren vliegen zijn ASK-23’s. Een ASK-23 is feitelijk een eenzitter versie van een ASK-21, en daarom uitermate geschikt op in te leren vliegen, aansluitend op een ASK-21.

Op een ASK-23 doe je meer vliegervaring op en deze vormt zo de overgang tussen de ASK-21 en de meer geavanceerde prestatietoestellen. Ook dit toestel is stevig uitgevoerd en heeft een vast (niet intrekbaar) wiel. Wanneer een vlieger voldoende ervaring heeft opgedaan met solovliegen in een ASK-23 en alle oefeningen beheerst, kan hij examen doen voor het brevet. Als het brevet gehaald is, kan hij conversiestarts (checkstarts als voorbereiding op een nieuw toestel) doen, en dan kan hij gaan vliegen op de prestatievliegtuigen.

 

 

 

 

 

 

 

 














Prestatie zweefvliegtuigen

Prestatiekisten kenmerken zich door een lage weerstand, en kunnen daardoor sneller en verder vliegen en verliezen minder hoogte per afgelegde kilometer dan trainingsvliegtuigen. Deze toestellen hebben dan intrekbare landingsgestellen om de weerstand zo laag mogelijk te houden, en hebben de mogelijkheid om waterballast mee te nemen om sneller te kunnen vliegen op mooie dagen. Daarbij hebben deze vliegtuigen ook GPS navigatie in het instrumentenpaneel.

De GeZC is in het bezit van zeven prestatievliegtuigen. We hebben drie LS-4's, twee Discussen, een DuoDiscus en een LS6-18. Met deze vliegtuigen worden wedstrijden en lange-afstandsvluchten gevlogen.

Om op deze toestellen te mogen vliegen moet men het zweefvliegbrevet (GPL) gehaald hebben en aan bepaalde ervaringseisen voldoen. Een uitzondering is de E5 (LS-4) waarop solisten na 75 solostarts en conversievluchten mogen vliegen.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Overzicht van de vliegtuigen

Leskisten

  • PH-721, E4, type ASK-21, fabrikant Schleicher, bouwjaar 1982
  • PH-1292, E6, type ASK-21, fabrikant Schleicher, bouwjaar 2003

 

Overgangstrainers

  • PH-770, E7, type ASK23b, fabrikant Schleicher, bouwjaar 1985
  • PH-809, E8, type ASK23b, fabrikant Schleicher, bouwjaar 1987

 

Prestatiekisten

  • PH-778, E5, type LS-4, Fabrikant Rolladen-Schneider, bouwjaar 1985
  • PH-936, E9, type LS-4a, Fabrikant Rolladen-Schneider, bouwjaar 1991
  • PH-794, E10, type LS-4, Fabrikant Rolladen-Schneider, bouwjaar 1983
  • PH-1058, E1, type Discus CS, Fabrikant Orlican A.S., bouwjaar 1992
  • PH-1076, E2, type Discus CS, Fabrikant Orlican A.S., bouwjaar 1993
  • PH-1057, E12, type DuoDiscus , Fabrikant Schemp-Hirth, bouwjaar 1995
  • PH-1303, E3, type LS6-18w, Fabrikant Rolladen-Schneider, bouwjaar 1996

 

 

De startmiddelen

Net als de meeste zweefvliegclubs clubs in Nederland starten wij met behulp van een lier. Aan de bovenwindse kant van de startbaan, die meestal rond de 1200 meter lang is, staat de lier. Tussen de lier en het zweefvliegtuig zit een staalkabel, die door de lier "ingelierd" wordt. Op de lieren zitten meerdere trommels zodat een aantal toestellen kort na elkaar gestart kan worden. Hierdoor krijgt het vliegtuig snelheid en kan het opstijgen, vergelijkbaar met hoe een vlieger opstijgt.

De lierstart wordt veel gebruikt omdat hij snel, efficiënt en goedkoop is. Bovendien kan bijna iedereen leren een lier te bedienen, terwijl voor een sleepstart een gecertificeerde piloot nodig is. Een normale lierstart duurt rond de 50 seconden. Startend vanaf onze strips bereiken wij meestal een hoogte van circa 400 tot 450 meter.

Al met materieel dat nodig is om een lierbedrijf te kunnen draaien heeft de GeZC in eigen bezit. Het meeste is zelfs door leden gebouwd.

We bezitten twee lieren, één benzinelier en één diesellier. Daarnaast hebben we een starttoren en twee vrachtwagens. De vrachtwagens worden gebruikt om de lieren en de starttoren te verplaatsen en de kabels uit te rijden. In de starttoren worden parachutes en accu’s bewaard. Ook geven wij vanaf de starttoren ligt signalen naar de lier en hebben wij radiocontact met zowel de vliegtuigen als de lier. Tot slot hebben wij een klein golfkarretje om vliegtuigen uit het veld te halen.

Al het rollend materieel wordt uiteraard door de leden zelf bediend en onderhouden.

Doorgaans wordt een lid na het bereiken van de solovlieg status opgeleid tot lierist.
De opleiding tot eerste lierist duurt gemiddeld twee jaar omdat iedereen maar een paar keer per jaar wordt ingeroosterd om als beginnend lierist dienst te doen. De nieuwe leden gaan in lieropleiding bij ervaren lieristen, en leren naast het lieren ook de dagelijkse inspectie van de lieren doen, tanken, lieren uitrijden en kleine reparaties doen (in de praktijk vooral kabelbreuken repareren).

Ieder lid met een rijbewijs mag ook kabels uitrijden met de 'Bully', onze vrachtwagen. Met de Bully wordt op het einde van de vliegdag ook de lier terug in de werkplaats gezet.

 

 

 

 

 

 

 

 

De gebouwen

Op het vliegveld Terlet heeft de GeZC een aantal gebouwen tot zijn beschikking. Zo hebben wij twee werkplaatsen, zijn wij medegebruikers van de hangaar en zijn wij geen vreemde in De Thermiekbel. Hieronder vindt u een kaart waarop deze gebouwen met nummers zijn gemarkeerd.

 

In de Marius Breuking werkplaats (1) staan onze lieren en vrachtwagens. In de winter voeren we hier het onderhoud uit aan ons rollend materiaal.

In de grote hangaar van Terlet (2) staan soms nog de ASK-21's.

In onze vliegtuigwerkplaats (3) voeren we in de winter het onderhoud aan de vliegtuigen uit. 's Zomers wordt deze werkplaats ook gebruikt als briefingroom voor de Gelderse tweedagswedstrijd. In dit gebouw hebben we ook de beschikking over een lesruimte waar we theorielessen en briefings kunnen geven. Op de eerste verdieping bevinden zich de bestuurskamer en kamers voor andere commissies.

's Avonds na het vliegen zijn veel leden in café-restaurant De Thermiekbel (4) te vinden, waar de vliegverhalen boven komen.