| Wat is zweefvliegen? |
Pagina 4 van 6
De vlieger doet de kap dicht en doet de cockpitcheck. Hij kijkt dan of alle stuurorganen soepel bewegen, en of hij alles goed heeft afgesteld en zijn riemen goed vast zitten. Als de startbaan vrij is kan er een kabel worden aangehaakt. Er gaat iemand aan de tip staan om de vleugels horizontaal te houden. Als de vlieger er klaar voor is geeft hij een ‘duim omhoog’ teken, en de tiploper geeft een signaal aan de starttoren. Die geeft dan middels een lichtsignaal aan de lier te kennen dat er gestart kan worden. Langzaam wordt de kabel strakgetrokken. Als de kabel strak is geeft de lierist vlot gas bij, en het zweefvliegtuig versnelt. In een paar seconden vliegt het rond de 100 km/h en komt het vliegtuig los van de grond. Het vliegt!
|
||||||||
| Volgende > |
|---|


Tijdens de start trekt de piloot aan de knuppel, zodat de neus van het toestel omhoog gaat en het vliegtuig snel stijgt. Met nog geen minuut ben je op zo’n 400 meter hoogte! Dan gooit de lierist het gas dicht, en de piloot voelt dat de spanning op de kabel wegvalt. Hij drukt dan de neus van het vliegtuig naar beneden en ontkoppelt. De kabel valt los en het vliegtuig zweeft vrij!


