|
Pagina 5 van 6 De vlucht
Nu is het zaak om te proberen boven te blijven. Dit doet de vlieger door in de thermiek te gaan vliegen. Thermiek is stijgende warme lucht. Met goed weer is er vaak thermiek, en deze is boven de Veluwe, dus ook op Terlet, vaak erg goed. Er zijn verschillende aanwijzingen waar thermiek te vinden is, en een goede piloot zal deze gebruiken om snel thermiek te vinden. Hij kijkt naar de wolkenvorming, naar het landschap onder zich (thermiek zit vaak boven donkere warme velden) en naar vogels die ook gebruik maken van de thermiek. Het makkelijkste is natuurlijk als er al een zweefvliegtuig aan het draaien is in de thermiek. Zodra de vlieger thermiek heeft gevonden gaat hij hierin draaien, om in het snelst stijgende stuk te blijven.
Als hij de thermiekbel heeft uitgedraaid, of tot de hoogst toelaatbare hoogte is gestegen, verlaat hij de thermiekbel. Afhankelijk van de hoogte kan hij nu ergens heen vliegen. Bijvoorbeeld naar Apeldoorn of Arnhem, of op mooie dagen zelfs veel verder! Dan moet er wel genoeg thermiek zijn om weer hoogte te winnen. Als een zweefvliegtuig gewoon vliegt dan verliest het namelijk langzaam hoogte. Dit variëert per vliegtuig van de 350 meter tot de 200 meter per afgelegde 10 kilometer. Met goede thermiek kan een zweefvliegtuig uren achter elkaar vliegen!
Zonder thermiek duurt een vlucht ongeveer 7 of 8 minuten. Maar hoe lang de vlucht ook duurt, na afloop moet het toestel natuurlijk landen.
|